Bureaucratie verdrijft investeringen uit Europa – en bedreigt de energietransitie 

  • Europa loopt achter – hoge kosten en complexe regelgeving verdrijven industrieën en investeringen. 
  • Hervorming van regelgeving is dringend noodzakelijk – overheden en industrie moeten samenwerken om regels te vereenvoudigen, regeldruk te verminderen en de concurrentiepositie te herstellen.
  • De EU moet een breder scala aan koolstofarme oplossingen omarmen om een eerlijke, betaalbare energietransitie te kunnen realiseren.

Standpunt van Philippe Ducom: President, ExxonMobil Europe

Europa zit vol potentieel. Het beschikt over de infrastructuur, middelen en kennis die nodig zijn om de economie te laten groeien en de CO2-uitstoot te verminderen.

We weten dit omdat we al 135 jaar deel uitmaken van het Europese bedrijfsleven. Alleen al in het afgelopen decennium hebben we hier meer dan € 20 miljard geïnvesteerd. Onze 12.000 werknemers in Europa leveren de energie en chemieproducten die de economie draaiende houden en het moderne leven mogelijk maken. 

Maar potentieel betekent niets als het niet wordt benut. En op dit moment moet de EU dringend veranderen. 

De concurrentiepositie van de Europese industrie ondergaat een crisis. Deze loopt sterkt achter op die van China, India en de Verenigde Staten, en de kloof wordt groter vanwege de hoge energie- en arbeidskosten, lage productiviteit en meer lagen van wetten en complexe regelgeving. 

Als industrieën niet worden aangetrokken om hier te investeren, loopt Europa het risico zijn industriële basis verder te verliezen. Deze 'de-industrialisatie' betekent dat de banen verdwijnen en dat de economische zekerheid afneemt naarmate de EU nog meer afhankelijk wordt van import.

Dit heeft ook invloed op de klimaatdoelstellingen van de EU. Innovatieve bedrijven zijn immers op zoek naar de aantrekkelijkste plaatsen om te investeren in koolstofarme opportuniteiten. Ze willen hun geld investeren waar een compleet scala aan oplossingen beter wordt ondersteund.  

ExxonMobil is klaar om te werken aan koolstofarme projecten die kunnen helpen de bestaande industriële infrastructuur te behouden en de klimaatdoelstellingen van Europa te ondersteunen. We willen tussen 2022 en 2027 wereldwijd meer dan 20 miljard dollar uitgeven aan investeringen voor een lagere uitstoot, maar het huidige EU-beleidskader weerhoudt ons ervan om veel technologieën en oplossingen in de EU-markten te introduceren.

Wat moet er veranderen? 

De EU moet de regeldruk verminderen.

Dit kan snel worden gedaan met een vrijwel onmiddellijk effect. Volgens de European Roundtable for Industry (ERT), vindt 91% van de CEO's in de EU dat het verbeteren van de regelgeving de snelste en beste manier is om de concurrentiepositie te herstellen.

Het recente rapport over de toekomst van de Europese concurrentiepositie van voormalig Italiaanse premier Mario Draghi roept op tot eenvoudigere regels en minder rapportage. Hij ondersteunt de implementatie van het eerder aangekondigde voorstel van de Europese Commissie om de rapportageverplichtingen met 25% te verminderen, evenals bestaande en voorgestelde regels te testen om er zeker van te zijn deze de concurrentiepositie van de EU niet verder verzwakken. 

Draghi wil ook dat de Commissie "initiatieven uitstelt" die problemen kunnen vormen voor het concurrentievermogen of innovatie. 

Zijn rapport wijst op de kaders van de EU voor duurzaamheidsrapportage (Corporate Sustainability Reporting Directive) en due diligence (Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CS3D)) als "een belangrijke oorzaak van regeldruk" die "hoge nalevingskosten voor bedrijven" met zich meebrengt. 

Ik ben het daarmee eens. In plaats de regeldruk en complexiteit voor bedrijven te vergroten, moet de Commissie nu een pas op de plaats maken en heroverwegen hoe ze het zakendoen in Europa aantrekkelijker kan maken.

Ik ben optimistisch, omdat ik geloof dat de EU het juiste wil doen en spoedig zal beseffen dat de verkeerde weg is ingeslagen. 

De EU moet de oplossingsset verbreden om een doordachte energietransitie te bevorderen. 

Toen de onafhankelijke Europese Rekenkamer de waterstofstrategie van de EU onder de loep nam, twijfelde deze over de haalbaarheid van de te ambitieuze doelstellingen van de strategie voor de productie en import van duurzame waterstof. We hebben inderdaad duurzame waterstof nodig, maar ook alle vormen van koolstofarme waterstof – inclusief uit aardgas en nucleair – als onderdeel van de oplossingsset. 

Evenzo wordt algemeen aangenomen dat het afvangen en opslaan van CO2 (CCS) essentieel is om net-zero te bereiken. Als bedrijf dat een toonaangevende rol speelt bij de implementatie van CCS-projecten over de hele wereld, zijn we blij dat ook de EU vindt dat deze technologie essentieel is om de CO2-doelen van de samenleving te bereiken. Echter in plaats van CCS-injectie te verplichten, zou de EU moeten overstappen op een systeem dat is gebaseerd op marktwerking en de technologie concurrerender maakt en de broodnodige investeringen stimuleert. In het algemeen gezegd wordt investering gestimuleerd door de "wortel"; de "stok" zorgt er alleen maar voor dat bedrijven zoals ExxonMobil elders gaan investeren. 

Ook chemische (geavanceerde) recycling is een technologie die moet worden aangemoedigd. Het is onaanvaardbaar dat het verbranden van plastic in Europa toeneemt, vooral gezien het feit dat chemische recyclingtechnologie werkt en hier kan worden uitgebreid met de juiste beleidsondersteuning. Met onze bewezen technologie kunnen we moeilijk te recyclen kunststoffen omzetten in grondstoffen voor het maken van waardevolle nieuwe producten. We doen dit al in de Verenigde Staten, waar we meer dan 27.000 ton plasticafval hebben verwerkt dat anders vrijwel zeker op de vuilstort zou zijn beland.  

In het rapport van Draghi over de concurrentiepositie wordt echter vermeld dat er momenteel geen levensvatbare business case voor kunststofrecycling in Europa bestaat, omdat de kosten hiervoor te hoog zijn in vergelijking met de lagere kosten van verbranding en het produceren van nieuw plastic. Om het economisch haalbaar te maken en investeringen te stimuleren, is een praktisch "massabalanssysteem" nodig om gerecycled materiaal te kwalificeren en de hoogste vraag naar plasticafval te genereren als waardevolle grondstof voor het maken van nieuwe producten.

Alleen hardliners zullen het er niet mee eens zijn dat de samenleving een combinatie van recyclingtechnologieën nodig heeft om de uitdaging van plasticafval aan te pakken. 

Dit is het moment om in actie te komen.

Europa heeft de drive, capaciteit en wil om het voortouw te nemen. Maar dat zal niet gebeuren tenzij beleidsmakers hun koers corrigeren. 

We hebben politieke leiders nodig die laten zien dat ze snel wezenlijke veranderingen willen doorvoeren. De chemische sector is voor uitdagingen gesteld. Volgens de brancheorganisatie CEFIC werkt de sector slechts met een capaciteit van 75% en is de productie 10% lager dan in 2021. In de raffinagesector zijn volgens Concawe in de afgelopen vijf jaar tientallen raffinaderijen gesloten. De EU kan weliswaar de CO2-uitstoot blijven verlagen zoals uiteengezet in het verslag over stand van energie-unie van de Europese Commissie, maar decarboniseren door de-industrialisatie is niet het juiste antwoord. Europeanen zullen een hoge prijs betalen door producttekorten, hogere kosten, verloren banen en een grotere afhankelijkheid van import.  Mijn boodschap aan de nieuwe Europese Commissie en het nieuwe Europees Parlement is eenvoudig:
• Maak het gemakkelijker om hier zaken te doen. 
• Regelgeving is nuttig, maar wees niet zo streng dat het straffend werkt en investeringen verdrijft.
• Sta open voor een breder scala aan technologieën voor verlaging van emissies.
• Laat bedrijven innoveren en maak gebruik van marktwerking om concurrentie te stimuleren. 

Als ze niet handelen, raakt de EU verder achter op de rest van de wereld. Maar als ze dit potentieel aangrijpen en de EU openhouden voor het bedrijfsleven, kan de EU haar  industriële sector en concurrentiepositie nieuw leven inblazen en de wereld naar een toekomst met lagere uitstoot leiden. 

Alleen potentieel is niet genoeg. We hebben actie nodig om deze te benutten.

Verwante inhoud